Rekenoefeningen

  Rekenen oefenen Rekenen oefenen met rekenoefeningen voor alle bewerkingen, op elk niveau

Breuken Uitleg: het gelijknamig maken van breuken

Je vindt alle oefenopgaven en alle uitleg via het overzicht breuken oefenen.

Breuken gelijknamig maken
Je zorgt dat de noemer van twee breuken hetzelfde wordt. Bij het gelijknamig maken verandert de grootte van de breuk niet. Het gelijknamig maken heb je nodig bij het optellen of aftrekken van breuken.

Eerste manier:
Vermenigvuldig de teller en de noemer van de ene breuk met de noemer van de andere breuk. Vermenigvuldig ook de teller en de noemer van de andere breuk met de noemer van de ene breuk.

Voorbeeld:
Maak 3/5 en 2/7 gelijknamig.
Bij 3/5 vermenigvuldigen we teller en noemer met 7.
Dat levert op: 7x3/7x5 dat is 21/35
3/5 is even groot als 21/35

Bij 2/7 vermenigvuldigen we teller en noemer met 5.
Dat levert op: 5x2/5x7 dat is 10/35
2/7 is even groot als 10/35

Dit kunnen we gebruiken om breuken op te tellen:
Hoeveel is 3/5 + 2/7 ?? Dat is even veel als 21/35 + 10/35 = 31/35

Vind je deze uitleg breuken vereenvoudigen nog te moeilijk? Oefen dan eerst met deelsommen.